Praktijkblog: Gebrekkige participatie leidt tot juridisering
- Gepubliceerd:
- Leestijd: 4 Minuten
Bewoners van het buitengebied kiezen vaak bewust voor rust, ruimte en een landelijke woonomgeving. De komst van een nieuwe ontwikkeling in de directe omgeving kan daarom grote gevolgen hebben voor hun woon- en leefklimaat.
Mijn cliënten wonen in het prachtige bosrijke buitengebied ten zuiden van Nijmegen. Zij bewonen daar een boerderij en ontvangen al heel wat jaren gasten in hun B&B. Van iemand uit de buurt vernemen zij dat er een aanvraag om een omgevingsvergunning is gepubliceerd om vlak bij hun boerderij in een bestaand pand een café te vestigen.
Zij bekijken de stukken die betrekking hebben op de aanvraag en constateren dat de procedure om dit café op deze locatie mogelijk te maken al in een vergevorderd stadium is.
Ze nemen contact op met de gemeente. De BOPA-aanvraag blijkt al even geleden ingediend. Er wordt een ‘reguliere voorbereidingsprocedure’ gevolgd wat betekent dat zij formeel niet kunnen reageren op de ingediende aanvraag. Zij moeten gewoon het besluit op de aanvraag afwachten en kunnen dan bezwaar aantekenen als ze willen. Aldus de gemeente.
Mijn cliënten lezen dat de Omgevingswet als doel heeft juridisering tegen te gaan en dat initiatiefnemers geacht worden de omgeving in een vroegtijdig stadium te betrekken bij hun plannen. Maar zij hebben niemand gezien of gehoord. En dat terwijl hun woning het dichtst bij de beoogde locatie ligt. Als er iemand belang heeft bij deze aanvraag zijn het wel.
Als de gemeente korte tijd later de BOPA-omgevingsvergunning verleent, nemen mijn cliënten verbaasd contact op met mij. Het enige wat ze kunnen doen om hun belangen veilig te stellen is bezwaar aantekenen tegen de BOPA-vergunning. Een juridische procedure opstarten dus. En dat is nodig want de motivering van het besluit rammelt aan alle kanten.
Participatie onder de Omgevingswet
Onder de Omgevingswet wordt van initiatiefnemers en overheden verwacht dat zij omwonenden vroegtijdig betrekken bij plannen die invloed hebben op hun omgeving. Participatie moet ervoor zorgen dat belangen al aan de voorkant worden besproken, zodat juridische procedures achteraf zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen.
Hoewel participatie onder de Omgevingswet dus een belangrijke plaats inneemt, betekent het ontbreken daarvan in de praktijk vaak niet dat een vergunning wordt geweigerd. Participatie is in de Omgevingswet namelijk wel verplicht gesteld voor overheden maar niet automatisch voor particuliere initiatiefnemers.
In veel gevallen hoeft de initiatiefnemer alleen maar aan te geven óf participatie heeft plaatsgevonden en wat daarvan de resultaten zijn. Geen of onvoldoende participatie heeft daardoor geen gevolg voor de vergunningverlening.
Reguliere procedure
In bovengenoemde zaak zijn de direct omwonenden niet betrokken bij de planvorming. De initiatiefnemer heeft geen contact opgenomen met de bewoners en er heeft geen participatietraject plaatsgevonden.
Om het initiatief mogelijk te maken heeft de gemeente een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) verleend. Een horecagelegenheid was immers niet toegestaan op die locatie volgens het geldende omgevingsplan. De vergunning is voorbereid met de reguliere procedure. Dat betekent dat er geen ontwerpbesluit ter inzage wordt gelegd en dat omwonenden vooraf geen zienswijze kunnen indienen. Hun eerste formele mogelijkheid om op te komen voor hun belangen ontstaat pas nadat de vergunning al is verleend: door het indienen van een bezwaarschrift.
Voor omwonenden kan dat frustrerend zijn. Juist wanneer zij niet betrokken zijn in het participatietraject, willen zij van zich kunnen laten horen richting de gemeente voordat een besluit wordt genomen op de aanvraag.
Motivering besluit verlenen omgevingsvergunning BOPA
Zonder participatie en door de reguliere BOPA-procedure konden mijn cliënten niet anders dan lijdzaam afwachten welk besluit de gemeente zou gaan nemen en of hun belangen in het kader van de ETFAL-toetsing zorgvuldig zouden worden meegewogen.
En dat is niet het geval. De omgevingsvergunning blijkt summier gemotiveerd te zijn en biedt weinig rechtszekerheid voor hen.
Onduidelijk is welke vorm van horeca precies is toegestaan, welke activiteiten mogelijk zijn en hoe het zit met geluid en parkeren. De gevolgen voor hun woon- en leefklimaat blijven daardoor onduidelijk. Zo ook voor het verblijfsklimaat van de gasten van hun B&B.
Bezwaar als eerste én enige mogelijkheid
Helaas is het indienen van een bezwaarschrift in gevallen zoals hier beschreven noodzakelijk om alsnog zo een betere omgevingsvergunning te krijgen met de benodigde duidelijkheid.
De Omgevingswet heeft als doel om juridische procedures te beperken. Maar zolang een reguliere BOPA-procedure wordt gevolgd zonder dat daaraan voorafgaand goede participatie verplicht is gesteld, gebeurt vaak het tegenovergestelde.
Omwonenden hebben geen gelegenheid om vooraf hun zorgen kenbaar te maken. Daardoor resteert uiteindelijk slechts één route: het indienen van een bezwaarschrift tegen de verleende vergunning. En juist als omwonenden zich niet serieus genomen voelen en niet gehoord voelen, maken zij gebruik van hun bezwaar- en beroepsmogelijkheden.
Goede participatie voorkomt procedures
Als een bezwaarprocedure feitelijk pas de eerste mogelijkheid blijft voor omwonenden om van zich te laten horen, zal het aantal bezwaarprocedures onder de Omgevingswet zeker niet afnemen. Omwonenden hebben dan simpelweg geen alternatief.
Voor de wetgever en gemeenteraden ligt daar een belangrijke uitdaging. Stel participatie verplicht. Want als omwonenden pas na vergunningverlening voor hun belangen kunnen opkomen, is ongewenste juridisering vooral het gevolg van een gebrek aan participatie en ontoereikende procedures. En dat kan mijn cliënten niet kwalijk worden genomen.
Zie ook mijn blog: Betere participatie door initiatiefnemers onder de Omgevingswet: gemeenteraad aan zet